ECLI:NL:CBB:2015:351

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 oktober 2015
Publicatiedatum
23 oktober 2015
Zaaknummer
14/45
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.A.B. van Dorst-Tatomir
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen inschrijving ontbinding commanditaire vennootschap

In deze bestuursrechtelijke procedure staat de beoordeling centraal van het besluit van de Kamer van Koophandel om het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk te verklaren wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken, zoals bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Appellant betoogt inhoudelijk tegen een eerdere inschrijving in het handelsregister van een vennoot van de commanditaire vennootschap OcTroje C.V. uit 2006, maar het College stelt vast dat deze inschrijving niet ter toetsing ligt in deze procedure. De procedure bij de kantonrechter had destijds voortgezet moeten worden.

Het College concludeert dat het bezwaar tegen de inschrijving van de ontbinding van OcTroje C.V. op 5 januari 2011 te laat is ingediend en dat er geen sprake is van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar tegen de inschrijving van de ontbinding te laat is ingediend en terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 14/45

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2015 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] , appellante

en

de Kamer van Koophandel, verweerster

(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2011 (het primaire besluit) heeft verweerster een opgaaf in het handelsregister ingeschreven, inhoudende de ontbinding van OcTroje C.V. met ingang van 31 december 2010 en de beëindiging van de onderneming per die datum.
Bij besluit van 28 november 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft een reactie daarop ingediend.
Verweerster heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2015. Appellant en de gemachtigde van verweerster zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ter beoordeling staat het besluit van verweerster om het bezwaar van appellant niet‑ontvankelijk te verklaren, omdat hij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend.
2. Het uitgebreide betoog van appellant in beroep heeft – zo begrijpt het College – betrekking op de inschrijving in het handelsregister van Immobilex Royalties B.V. als vennoot van OcTroje C.V. op 20 januari 2006. Hoewel het College begrip heeft voor de argumenten van appellant tegen de toenmalige inschrijving, moet worden vastgesteld dat die inschrijving thans niet aan de orde is en dus niet ter toetsing voorligt. Terecht heeft verweerster erop gewezen dat appellant destijds de procedure bij de kantonrechter over die inschrijving had moeten doorzetten.
Het College kan in deze procedure slechts beoordelen of het bezwaar van appellant van 27 september 2012 tegen de inschrijving van de ontbinding van OcTroje C.V. op 5 januari 2011 terecht door verweerster niet‑ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken, genoemd in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het College stelt vast dat van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding niet is gebleken. Verweerster heeft dan ook terecht het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard.
3. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir, in aanwezigheid van mr. M.B.L. van der Weele, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2015.
w.g. H.A.B. van Dorst-Tatomir w.g. M.B.L. van der Weele