Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 november 2015 in de zaak tussen
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
c. Appellante heeft met toestemming van het CBZ twee renovaties/verbouwingen uitgevoerd en geïnvesteerd in de inrichting van het gehuurde. Deze verbouwingen en investeringen hebben tot een huurverhoging geleid. De huurprijs is door het CBZ vastgesteld.
d. Appellante is een kleine zorgaanbieder met slechts één locatie.
e. De verhuurder berekent de huurprijs van appellante aan de hand van de werkelijke kapitaallasten die gebaseerd zijn op annuïtaire afschrijvingen en niet op basis van lineaire afschrijvingen. Het verzoek tot wijziging van de afschrijvingssystematiek heeft verweerster geweigerd. Hierdoor is de boekwaarde van het gebouw zowel bij aanvang van de overgangsperiode als aan het einde van de overgangsperiode hoger dan bij lineaire afschrijvingen het geval zou zijn geweest, wat tot gevolg heeft dat appellante een hogere huur betaalt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerster op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerster op het betaalde griffierecht van € 318 aan appellante te vergoeden;