ECLI:NL:CBB:2015:384
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij bezwaar tegen legesbesluiten Meststoffenwet wegens vaststelling perceelsoppervlakte
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van de Dienst Regelingen waarin leges voor derogatiejaren 2012 en 2013 werden terugbetaald vanwege een lagere vastgestelde perceelsoppervlakte landbouwgrond dan door appellant opgegeven.
De verweerder verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat de Meststoffenwet niet voorziet in een zelfstandige bevoegdheid om de oppervlakte definitief vast te stellen en appellant met bezwaar niet kon bereiken dat de geregistreerde oppervlakte werd aangepast.
Appellant voerde aan dat hij grote financiële belangen had bij de oppervlaktevaststelling en dat artikel 26 van Pro de Uitvoeringsregeling onverbindend zou moeten worden verklaard, maar dit werd door het College verworpen.
Het College oordeelde dat appellant in bezwaar geen procesbelang had omdat het geschil over de oppervlakte in een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure tegen een boetebesluit kan worden uitgevochten.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij het bezwaar tegen de legesbesluiten.