ECLI:NL:CBB:2015:418
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- S.C. Stuldreher
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen invordering dwangsom voor illegaal taxivervoer zonder vergunning
Appellant is door de minister van Infrastructuur en Milieu een last onder dwangsom opgelegd wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning op 7 april 2013 en 3 maart 2014. De overtreding op 7 april 2013 is onherroepelijk vastgesteld omdat appellant geen rechtsmiddel heeft aangewend.
Het geschil betreft de overtreding op 3 maart 2014 tijdens een 'snordersactie' in Roermond, waarbij appellant door een aspirant-politieagent in vermomming werd benaderd en vervolgens tegen betaling vervoer aanbood zonder vergunning. Het College acht het proces-verbaal betrouwbaar en concludeert dat appellant de overtreding heeft begaan.
Appellant stelde dat sprake was van uitlokking en dat hij dacht vrienden te vervoeren, maar het College oordeelt dat hij voldoende gelegenheid had om dit te verifiëren en dat zijn beroep op misleiding ongeloofwaardig is.
De persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder zijn bijstandsuitkering, zijn onvoldoende om af te zien van invordering van de dwangsom. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wegens illegaal taxivervoer zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.