Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Stichting [naam 1] , te [plaats] , appellante
[naam 2] AA RA( [naam 2] ) en
[naam 3] RA FM MBV( [naam 3] ) (gezamenlijk: betrokkenen)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de accountantskamer die haar klacht ongegrond verklaarde over de uitvoering van een opdracht door betrokken accountants van Accon AVM.
De klacht betrof de vermeende wanverhouding tussen de in rekening gebrachte kosten en de kwaliteit van de rapportages, alsmede de overschrijding van de afgesproken doorlooptijd. Het College oordeelde dat de kosten op basis van bestede tijd waren verantwoord en dat er geen sprake was van onredelijke declaraties of onbruikbare rapporten.
Ten aanzien van de doorlooptijd stelde het College vast dat geen concrete termijn was afgesproken en dat de vertraging vooral het gevolg was van het niet tijdig aanleveren van stukken en commentaar door appellante. De accountantskamer had de klacht terecht ongegrond verklaard.
Het College bevestigde dat het hoger beroep niet ziet op de hoogte van de kosten, maar op de verhouding tussen kosten en prestatie. De conclusie is dat geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt aan betrokkenen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen wanverhouding tussen kosten en prestatie en geen tuchtrechtelijk verwijt aan betrokkenen.