ECLI:NL:CBB:2015:448
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- S.C. Stuldreher
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens ontbreken vakbekwaamheid procuratiehouder
Appellant kreeg een taxivergunning op grond van de Wet personenvervoer 2000, waarbij de vakbekwaamheid werd ingebracht door een procuratiehouder. Na het overlijden van deze procuratiehouder op 6 februari 2013 voldeed appellant zelf niet aan de vakbekwaamheidseis. Verweerder trok daarom de vergunning per 21 mei 2014 in.
Appellant stelde dat de nieuw opgegeven procuratiehouder wel degelijk vakbekwaam was, omdat zij betrokken was bij belangrijke bedrijfsbeslissingen en het dagelijkse ondernemersbeleid. Echter, uit de ingediende stukken bleek dat haar taken vooral bestonden uit administratieve controle, klachtenbehandeling, pr, externe contacten en financiële werkzaamheden, en niet uit permanent en daadwerkelijk leidinggeven aan het vervoer.
Het College oordeelde dat deze taken niet voldoen aan de eis van vakbekwaamheid zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Besluit personenvervoer 2000. Daarom was de intrekking van de vergunning terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wegens het ontbreken van vakbekwaamheid is ongegrond verklaard.