Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
maatschap [naam 1], [naam 2] [naam 3] en [naam 4], te [plaats 1], verzoekster
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De dwangsom bij het niet voldoen aan maatregel 1 is € 1000,- per overtreding tot een maximum van € 3000,-. De dwangsom voor maatregel 2 is € 14.000,- tot een maximum van € 98.000,-. De dwangsom voor maatregel 2 is vastgesteld aan de hand van de huidige huurprijzen voor het elders huisvesten van runderen.
30 januari 2015 is beslist. Voor de eenlingboxen voor kalveren zijn reeds maatregelen getroffen en wordt aan de last voldaan. Verzoekster heeft allereerst aangevoerd dat het besluit waarbij de last onder dwangsom is opgelegd niet in stand kan blijven omdat in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzoekster niet in staat is gesteld voorafgaande aan het besluit haar zienswijze te geven. Daarnaast voert verzoekster aan dat maatregel 2, voor wat betreft de runderen, onvoldoende duidelijk is bepaald, zodat niet duidelijk is wat precies van verzoekster wordt verwacht. De beperkte bewegingsvrijheid wordt gekoppeld aan een tekort aan ligplaatsen, hetgeen onbegrijpelijk is. Er is voldoende ruimte om te lopen en te staan. Bovendien is het voor een aantal dieren mogelijk de stal te verlaten en de wei in te lopen. Er is in de Wet Dieren of het Besluit houders van dieren geen bepaling opgenomen die voorschrijft dat runderen één op één een ligplaats dienen te hebben. Zelfs als er te weinig bewegingsvrijheid is dan is er nog geen sprake van onnodig lijden of letsel zoals omschreven in artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren. Verzoekster heeft een verklaring toegevoegd van een dierenarts waarin wordt gesteld dat de dieren in een zeer goede conditie verkeren. De dieren leveren een zeer hoge melkproductie. Dat zou niet kunnen als de dieren te weinig bewegingsvrijheid hebben.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat in een aantal stallen op de melkveebedrijven van verzoekster sprake is van overbezetting. Beperkte bewegingsvrijheid en een tekort aan ligplaatsen kunnen de gezondheid en het welzijn van de runderen nadelig beïnvloeden, zoals ook de dierenarts in de veterinaire verklaring heeft gesteld. Het valt niet uit te sluiten dat grote aantallen dieren daardoor onnodig lijden. Dit levert een overtreding op van artikel 1.6, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De omstandigheid dat de veestapel in het algemeen in een goede conditie verkeert geeft vooralsnog geen aanleiding om verweerders standpunt in twijfel te trekken. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat maatregelen, gericht op aanpassing van de bezetting van de stallen, geboden zijn. Een last onder dwangsom is daartoe in beginsel een passend middel.
Ingevolge artikel 5:32a, eerste lid, van de Awb omschrijft de last onder dwangsom de te nemen herstelmaatregelen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoet de last van 15 januari 2015 niet aan dit voorschrift. In de last is immers niet vermeld hoeveel dieren verzoekster uit de stallen zal moeten verwijderen en elders zal moeten onderbrengen. De enkele verwijzing naar artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren is onvoldoende nauwkeurig.
Op grond hiervan komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat de door verweerder gehanteerde norm geen grondslag heeft in de geldende regelgeving.
Beslissing
- schorst maatregel 2 in het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een