Greenchoice was door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) beboet voor overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) bij colportage, terwijl de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) al boetes had opgelegd voor gerelateerde overtredingen van de Elektriciteitswet en Gaswet. De rechtbank Rotterdam handhaafde de boetes van ACM, oordelend dat geen sprake was van hetzelfde feit in de zin van het ne bis in idem-beginsel.
In hoger beroep stelde Greenchoice dat de boetes van ACM onterecht waren omdat sprake was van hetzelfde feit en dat de bewijsmiddelen ondeugdelijk waren. Het College van Beroep overwoog dat de gedragingen van Greenchoice in het kader van colportage feitelijk en juridisch zo nauw samenhangen dat het om hetzelfde feit gaat, ondanks verschillende wettelijke grondslagen en toezichthouders.
Het College vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van ACM, herroept de boetes en veroordeelt ACM in de proceskosten van Greenchoice. Tevens moet ACM de griffierechten aan Greenchoice vergoeden.