Appellante had bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve wijziging van haar bezoekadres in het handelsregister. Verweerster had het bezoekadres gewijzigd omdat het oorspronkelijke adres niet voldeed aan de eis van fysieke bereikbaarheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard zonder hoorzitting, waarop appellante beroep instelde.
Het College oordeelde dat verweerster ten onrechte het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard zonder appellante te horen, wat een schending van de hoorplicht opleverde. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd. Vervolgens onderzocht het College of de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven en concludeerde dat het adres inderdaad niet fysiek bereikbaar was volgens de criteria van de Handelsregisterwet en het Handelsregisterbesluit.
De gedragslijn van verweerster om bij niet voldoen aan de registratievereisten het privéadres van de ondernemer als bezoekadres in te schrijven, werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, maar het besluit tot wijziging van het bezoekadres bleef rechtsgeldig. Verweerster werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.