Appellante werd door de AFM een aanwijzing opgelegd wegens het verstrekken van misleidende informatie over een financieel product via een vergelijkingswebsite van een derde partij. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat appellante verantwoordelijk was voor de informatie omdat zij met de exploitant van de website samenwerkte en een vergoeding betaalde.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen opdracht had gegeven voor opname van haar product op de vergelijkingswebsite en dat de derde partij volledig onafhankelijk was. Het College stelde vast dat de toepassingsbereik van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft beperkt is tot informatie die een financiële onderneming zelf verstrekt of in opdracht laat verstrekken. De gedragingen van de derde kunnen daarom niet aan appellante worden toegerekend.
Het College concludeerde dat AFM niet aannemelijk had gemaakt dat appellante verantwoordelijk was voor de informatie op de vergelijkingswebsite. Daarom ontbrak een wettelijke grondslag voor de aanwijzingsbeschikking. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigd, en de aanwijzingsbeschikking herroepen. Tevens werd AFM veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.