Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] AA, te [plaats] , appellant
(gemachtigde: mr. I.R.M. Goedings),
het bestuur van de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants (NBA)
Procesverloop in hoger beroep
20 februari 2015, met nummer 14/1872 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2015:27).
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
A-150 van de Verordening Gedragscode AA’s (VGC). In het bijzonder wordt appellant verweten dat hij (a) door het afgeven van een samenstellingsverklaring bij de jaarrekening van zijn eigen vennootschap de naleving van de fundamentele beginselen van objectiviteit en van deskundigheid en zorgvuldigheid heeft veronachtzaamd. Voorts is in de twee getoetste samenstellingsdossiers sprake van tekortkomingen in (b) aanvaarding van de opdrachten, (c) documentatie en uitvoering van de opdrachten, en (d) afwerking van de opdrachten.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
De grief die appellant tegen de bestreden uitspraak heeft ingediend is niet gericht tegen het oordeel van de accountantskamer ten aanzien van de hem gemaakte verwijten. Appellant bestrijdt – ook in hoger beroep – niet dat hij in de naleving van de voor hem geldende beroepsregels tekort is geschoten. Zijn grief is enkel tegen de hem opgelegde maatregel van doorhaling in het accountantsregister gericht.