ECLI:NL:CBB:2016:303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing Taxxxivergunning na schorsing lijnbusbaanontheffing in Amsterdam
Appellant, een zelfstandig taxichauffeur in Amsterdam, kreeg op 12 september 2014 zijn lijnbusbaanontheffing en Taxxxivergunning voor twee weken geschorst nadat hij werd betrapt op het stilstaan en passagiers laten uitstappen op een lijnbusbaan, wat leidde tot een bestuurlijke boete. Appellant voerde in beroep aan dat sprake was van overmacht omdat passagiers eigenmachtig uitstapten tijdens een verkeerschaos, dat de bezwaarprocedure niet correct was verlopen en dat hij dubbel werd gestraft.
Het College oordeelde dat de schorsing van de Taxxxivergunning voortvloeit uit artikel 2.17 van de Taxiverordening Amsterdam, waarin is bepaald dat bij schorsing van de lijnbusbaanontheffing ook de Taxxxivergunning geschorst wordt. De rechtbank Amsterdam had de schorsing van de lijnbusbaanontheffing reeds bevestigd. De schorsing van de Taxxxivergunning is een bestuurlijke maatregel ter waarborging van de kwaliteit van het taxivervoer en geen straf.
Verder oordeelde het College dat de bezwaarprocedure conform de Algemene wet bestuursrecht was verlopen en dat de hoorzitting door een persoon van het bestuursorgaan mocht plaatsvinden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de schorsing van de Taxxxivergunning bevestigd.