ECLI:NL:CBB:2016:427
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling melkveefosfaatreferentie bij bedrijfsoverdracht
Appellant nam eind 2013 een agrarisch melkveebedrijf over met ruim 42 hectare landbouwgrond, terwijl hij op 1 april 2013 zelf geen dieren had en slechts 1,45 hectare landbouwgrond in gebruik had. Verweerder stelde bij besluit de melkveefosfaatreferentie (MVFR) van appellant vast op 0 kg fosfaat en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verweerder had bij de berekening van de MVFR niet alleen de door appellant opgegeven grond meegenomen, maar ook de percelen van het overgenomen bedrijf.
Appellant voerde aan dat alleen de grond die hij zelf in 2013 gebruikte, namelijk 1,45 hectare, mee had moeten tellen, omdat grond die na 1 november is gekocht niet meer meetelt. Verweerder stelde dat het betrekken van de bedrijfsoverdracht bij de berekening doelmatiger was en meestal gunstiger voor de landbouwer.
Het College oordeelde dat het betrekken van de bedrijfsoverdracht niet tot een nadeliger situatie voor appellant leidde, omdat zonder bedrijfsoverdracht appellant geen MVFR zou hebben gekregen. Daarnaast voorziet artikel 21a, derde lid, van de Meststoffenwet niet in een mogelijkheid om alleen de melkveeaantallen maar niet de grond van de overgenomen onderneming mee te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie werd ongegrond verklaard.