ECLI:NL:CBB:2016:442
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving dwangsombesluit wegens overtreding dierenwelzijnswetgeving
Appellant werd door de staatssecretaris van Economische Zaken een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtredingen van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren en het Varkensbesluit op meerdere bedrijfslocaties. Na inspecties door de NVWA werden diverse tekortkomingen vastgesteld, waaronder onvoldoende bewegingsvrijheid voor varkens, gebrek aan afleidingsmateriaal en onvoldoende vers water.
Verweerder legde dwangsommen op en besloot tot invordering van €20.000 wegens niet-naleving van opgelegde maatregelen. Appellant voerde onder meer aan dat de dwangsom onduidelijk was, dat er geen vooraankondiging was gegeven, en dat de dwangsom disproportioneel hoog was. Het College oordeelde dat verweerder terecht de dwangsom had opgelegd en ingevorderd, dat de bewijslast was voldaan, en dat het ontbreken van een vooraankondiging niet tot schending van de rechtsbescherming leidde doordat appellant in bezwaar gelegenheid tot zienswijze had gekregen.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er afspraken waren gemaakt die handhaving zouden uitsluiten. Ook de stelling dat de dwangsom disproportioneel was, werd verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de handhaving en de hoogte van de dwangsom in het kader van dierenwelzijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot invordering van de dwangsom en de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.