ECLI:NL:CBB:2016:443
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en invordering dwangsommen wegens overtredingen dierenwelzijn
Appellante kreeg op 16 mei 2013 en 19 september 2013 lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en aanverwante besluiten. Inspecties door toezichthouders van de NVWA constateerden diverse tekortkomingen in de huisvesting en verzorging van varkens op meerdere bedrijfslocaties.
Verweerder legde dwangsommen op en vorderde deze in, waarna appellante bezwaar maakte tegen de invorderingsbesluiten. Het College oordeelt dat de overtredingen terecht zijn vastgesteld, de dwangsommen niet disproportioneel zijn en dat het bestuursorgaan bevoegd was tot handhaving. Hoewel voorafgaande aan de last onder dwangsom geen formele vooraankondiging is verzonden, is dit gebrek in de bezwaarprocedure hersteld.
Appellante's beroep wordt ongegrond verklaard. Het College wijst erop dat de bewijslast rust op het bestuursorgaan en dat de gedocumenteerde inspectierapporten en veterinaire verklaringen voldoende bewijs vormen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete afspraken. De invordering van €20.000 en €70.000 wordt gehandhaafd.
De uitspraak benadrukt het belang van dierenwelzijn en het handhavend optreden van de NVWA. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat de dwangsommen disproportioneel zijn of dat bijzondere omstandigheden matiging rechtvaardigen. De procedure is zorgvuldig gevoerd met mogelijkheid tot bezwaar en hoorzitting.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de invordering van dwangsommen van in totaal €90.000 wordt gehandhaafd.