ECLI:NL:CBB:2017:11
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toewijzing betalingsrechten 2015 en vaststelling subsidiabele oppervlakte landbouwpercelen
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van zijn landbouwpercelen en de toewijzing van betalingsrechten voor 2015. Verweerder had bij het primaire besluit de oppervlakte van enkele percelen kleiner vastgesteld dan door appellant opgegeven, onder meer door het splitsen van perceel 2 in twee delen. Bij het bestreden besluit werden enkele correcties doorgevoerd, maar appellant bleef van mening dat de oppervlakte onjuist was vastgesteld.
Het College oordeelde dat de optellingen in het bestreden besluit correct waren en dat perceel 4 niet was gekort maar juist vergroot. De wijze van vaststelling van de subsidiabele oppervlakte door verweerder, gebaseerd op luchtfoto’s uit de zomer van 2015 en ondersteund door winterfoto’s, was niet onjuist. Een veldinspectie was niet noodzakelijk omdat de luchtfoto’s voldoende duidelijk waren.
Appellant stelde dat delen van percelen ten onrechte als niet-subsidiabel waren aangemerkt, ondanks gebruik door vee. Het College benadrukte dat gebruik door vee niet automatisch betekent dat grond subsidiabel is; het moet landbouwareaal zijn conform EU-verordening 1307/2013. De grenzen van percelen en uitsluitingen van greppels met structureel water waren terecht vastgesteld door verweerder. Ook de afkeuring van delen met afrastering, poelen, ruigte en zandbulten werd door het College bevestigd.
De door appellant overgelegde foto’s betroffen situaties uit 2016 en konden het oordeel over 2015 niet wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit inzake de toewijzing van betalingsrechten en vaststelling van subsidiabele oppervlakte wordt ongegrond verklaard.