ECLI:NL:CBB:2017:122
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen randvoorwaardenkorting vanwege niet direct onderwerken vaste mest
Appellant kreeg een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op de rechtstreekse betalingen over 2015 omdat hij vaste rundermest niet direct onderwerkte na het uitrijden, zoals vereist volgens het Besluit gebruik meststoffen.
Tijdens controle op 28 maart 2015 bleek dat de mest niet in twee direct opeenvolgende werkgangen was verwerkt. Appellants zoon had de mest uitgereden maar door een defecte ploeg kon het ploegen pas later worden voortgezet, waardoor mest zichtbaar op het oppervlak bleef liggen.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de verplichting tot direct onderwerken en dat hij niet zelf de mest had uitgereden. Het College oordeelde echter dat appellant tekort was geschoten in toezicht en instructies aan zijn zoon, waardoor hem opzet kon worden toegerekend.
De beroepsgrond dat sprake zou zijn van ne bis in idem werd verworpen omdat een randvoorwaardenkorting geen punitieve sanctie is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting wordt ongegrond verklaard wegens opzettelijke niet-naleving.