ECLI:NL:CBB:2017:148
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm gebruik van dierlijke mest
Appellante kreeg een randvoorwaardenkorting van 3% opgelegd door de staatssecretaris van Economische Zaken vanwege het niet-emissiearm aanwenden van dierlijke mest op haar perceel in 2015. Dit besluit werd gebaseerd op een inspectierapport en processen-verbaal van toezichthouders van de NVWA, die constateerden dat mest uit de geultjes liep en niet in de grond was gebracht.
Appellante voerde aan dat het inspectierapport fouten bevatte en dat de mest correct was aangewend. Het College oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid van het inspectierapport te twijfelen, ondanks een onjuiste plaatsaanduiding in het proces-verbaal. De bevindingen en bijgevoegde foto's bevestigden de overtreding.
Verder stelde het College vast dat appellante nalatig was geweest in het toezicht op het loonwerkbedrijf dat de mest uitreed, waardoor zij aansprakelijk kon worden gesteld. Het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde omdat een randvoorwaardenkorting geen punitieve sanctie is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 3% wegens niet-emissiearm aanwenden van dierlijke mest wordt ongegrond verklaard.