ECLI:NL:CBB:2017:154
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering chauffeurskaart wegens onjuiste VOG
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een chauffeurskaart, waarbij hij een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overlegde die bedoeld was voor een ondernemersvergunning in de taxibranche. Verweerder wees de aanvraag af omdat de overgelegde VOG niet het juiste screeningsprofiel bevatte dat vereist is voor het beroep van taxichauffeur.
Appellant stelde dat verweerder hem het verkeerde aanvraagformulier had toegezonden, wat tot de verkeerde VOG leidde. Verweerder ontkende dit en benadrukte dat appellant ondanks herhaalde verzoeken geen juiste VOG had ingediend. Het College stelde vast dat de bewijslast bij appellant lag om aan te tonen dat de fout bij verweerder lag, maar appellant slaagde hier niet in.
Het College benadrukte dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het toezenden van het juiste formulier aan de Dienst Justis en dat het enkele feit dat een verkeerde VOG werd afgegeven niet automatisch betekent dat verweerder een fout heeft gemaakt. Gelet op de wettelijke verplichting uit artikel 82 van Pro het Besluit personenvervoer 2000 om een juiste VOG te overleggen, oordeelde het College dat de weigering van de chauffeurskaart terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de chauffeurskaart wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een juiste VOG.