ECLI:NL:CBB:2017:164
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm gebruik dierlijke mest
Appellant heeft voor 2015 rechtstreekse betalingen aangevraagd. Na een controle door de NVWA op 22 april 2015 bleek dat dierlijke mest op een perceel niet emissiearm werd aangewend, wat is vastgelegd in een proces-verbaal en NVWA-rapport. Verweerder legde op grond hiervan een randvoorwaardenkorting van 20% op wegens overtreding van artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, met de kwalificatie van opzettelijke niet-naleving.
Appellant voerde aan dat het proces-verbaal onrechtmatig is wegens foutieve adresvermelding en dat de overtreding niet met opzet is begaan, noch aan hem kan worden toegerekend omdat de loonwerker verantwoordelijk was. Het College oordeelde dat de foutieve adresvermelding niet leidt tot onrechtmatigheid, mede omdat appellant ter zitting toegaf dat het perceel van hem was.
Verder stelde het College vast dat de mest vanaf het begin van de werkzaamheden niet emissiearm werd uitgereden en dat appellant ter plaatse was maar geen aanvullende instructies gaf of het werk liet stoppen. Daarmee heeft appellant bewust een toestand van niet-naleving toegestaan en is sprake van opzettelijke niet-naleving. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de randvoorwaardenkorting van 20% wegens niet-emissiearm gebruik van dierlijke mest wordt ongegrond verklaard.