ECLI:NL:CBB:2017:191
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidiabele landbouwgrond bedrijfstoeslag 2012
Appellant stelde dat perceel 12 in 2012 als grasland voor kalveren werd gebruikt en beschikbaar werd gehouden voor landbouw, en daarom subsidiabele landbouwgrond was. Verweerder stelde dat het perceel vanaf begin 2012 was ingericht als hondenpension, wat geen landbouwactiviteit is, en dat het landbouwkundig gebruik ondergeschikt was.
Het College oordeelde dat uit luchtfoto's en toelichting bleek dat perceel 12 in 2012 was ingericht voor hondenopvang en niet overwegend voor landbouwdoeleinden werd gebruikt. De stelling van appellant dat het perceel hoofdzakelijk voor kalveren was, was onvoldoende onderbouwd. Ook het argument dat de omgevingsvergunning pas in 2013 was verleend, werd verworpen omdat de feitelijke situatie anders was en de vergunning al in maart 2012 was aangevraagd.
Verder stelde het College dat appellant onjuiste gegevens had verstrekt bij de gecombineerde opgave, en dat hem daarvoor schuld treft. Op grond van de relevante Europese verordeningen leidt dit tot verlaging van de bedrijfstoeslag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van perceel 12 als subsidiabele landbouwgrond voor de bedrijfstoeslag 2012 wordt ongegrond verklaard.