ECLI:NL:CBB:2017:234
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking taxivergunning wegens gevaarlijk verkeersgedrag
Verzoeker, een taxichauffeur, kreeg op 22 maart 2017 zijn taxivergunning voor de Amsterdamse opstapmarkt ingetrokken vanwege ernstig gevaarzettend en asociaal verkeersgedrag op 20 januari 2017. Dit gedrag omvatte onder meer het niet aangeven van rijrichting, rijden over doorgetrokken strepen, negeren van rood licht, rechts inhalen en bumperkleven.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee het besluit zou worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tijdens de zitting op 2 juni 2017 betwistte verzoeker enkele feiten, maar erkende niet het gevaarlijke karakter van zijn rijgedrag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de op ambtseed opgemaakte en ondertekende processen-verbaal en het mutatierapport voldoende bewijs vormden. Het gedrag van verzoeker werd terecht als ernstig gevaarzettend en asociaal aangemerkt, met name het bumperkleven over een afstand van 1000 meter met minder dan drie meter tussenruimte.
Hoewel verzoeker zich beroept op het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel en wijst op inkomensverlies, achtte de voorzieningenrechter de intrekking gerechtvaardigd om de kwaliteit van het taxivervoer in Amsterdam te waarborgen. Verzoeker kan nog elders taxivervoer aanbieden en na twee jaar een nieuwe vergunning aanvragen.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de taxivergunning wegens gevaarlijk verkeersgedrag is afgewezen.