ECLI:NL:CBB:2017:253
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidiabele oppervlakte en betalingsrechten GLB 2015 afgewezen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de oppervlakte van vier percelen van zijn landbouwbedrijf en de daarop gebaseerde betalingsrechten voor 2015. Hij stelde dat de door verweerder vastgestelde oppervlakten te klein waren, onderbouwd met een GPS-meting uit maart 2016.
Verweerder heeft echter bij de vaststelling van de subsidiabele oppervlakten en de betalingsrechten uitgegaan van de perceelsgrenzen zoals opgegeven in de Gecombineerde Opgave voor 2015. Voor drie percelen bedroeg het verschil tussen de aangevraagde en vastgestelde oppervlakte minder dan 2%, waardoor verweerder mocht uitgaan van de vastgestelde oppervlakte. Voor het vierde perceel kwam de vastgestelde oppervlakte overeen met de aanvraag, ondanks dat appellant een afwijkende GPS-meting aanvoerde.
Het College oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de aanvraag en dat er geen grond is om de subsidiabele oppervlakten te verhogen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de berekening van de basis- en vergroeningsbetaling is juist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de subsidiabele oppervlakten en betalingsrechten GLB 2015 wordt ongegrond verklaard.