ECLI:NL:CBB:2017:257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele oppervlakte en toewijzing betalingsrechten GLB 2015
Appellante maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde subsidiabele oppervlakte van negen percelen in het kader van de toewijzing van betalingsrechten GLB 2015. Zij stelde dat de oppervlakte van 61,49 hectare, zoals door haar aangevraagd, had moeten worden goedgekeurd.
Het College oordeelde dat bij vijf percelen het verschil in oppervlakte minder dan 2% bedroeg, waardoor verweerder terecht uitging van de juistheid van de referentiepercelen. Voor perceel 7 stelde verweerder terecht een strook land aan te merken als niet-subsidiabel landbouwareaal, omdat dit een pad betreft dat niet als grasland kwalificeert volgens de relevante regelgeving en luchtfoto’s.
Daarnaast handhaafde verweerder zijn standpunt ten aanzien van de afkeuring van een deel van perceel 11 nabij een bomenrij en talud, na nader onderzoek met luchtfoto’s en waterschapsgrenzen. Het geschil over perceel 3 was ter zitting komen te vervallen. Het College verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vastgestelde subsidiabele oppervlakte en betalingsrechten.