Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2016
(gemachtigde: mr. R. Scholten),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, een melkveebedrijf, kreeg een korting van 3% op de bedrijfstoeslag 2011 opgelegd wegens het niet naleven van een randvoorwaarde uit de Meststoffenwet (Msw). Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De zaak werd behandeld samen met een hoger beroep inzake een bestuurlijke boete wegens dezelfde overtreding van de Msw. De rechtbank had eerder vastgesteld dat appellante de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en stikstof had overschreden, waardoor de uitzondering op het verbod op het uitbrengen van meststoffen niet op haar van toepassing was.
Het College bevestigde dat appellante de beheerseisen uit de Verordening (EG) nr. 73/2009 en de Nitraatrichtlijn, geïmplementeerd in artikel 7 en Pro 8 van de Msw, niet had nageleefd. Hierdoor was de korting van 3% op de inkomenssteun terecht toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de korting van 3% op de GLB-inkomenssteun wegens overtreding van de Meststoffenwet wordt ongegrond verklaard.