ECLI:NL:CBB:2017:351
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in fosfaatreductieplan met proceskostenveroordeling
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris waarin een geldsom van €12.230,- werd opgelegd op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017. Hij stelde dat hij een knelgeval was en dat de staatssecretaris ten onrechte geen ander referentieaantal had vastgesteld. Tevens voerde hij aan dat hij onomkeerbare investeringsverplichtingen had gedaan die hij niet kon benutten en dat op grond van zijn financiële draagkracht geen geldsommen opgelegd mochten worden.
De staatssecretaris gaf aan dat hij voor ondernemers in gelijke omstandigheden als verzoeker de inning van geldsommen opschortte in afwachting van het hoger beroep tegen een eerder vonnis. Het reeds ingehouden bedrag werd terugbetaald en betalingsverplichtingen werden geschorst tot na het arrest van het Gerechtshof Den Haag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen onverwijlde spoed bestond die een voorlopige voorziening rechtvaardigde en wees het verzoek af. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker, omdat de procedure voorkomen had kunnen worden als eerder duidelijkheid was gegeven over de gevolgen van het eerdere vonnis.
De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam op 24 augustus 2017 en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van €1158,- aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.