ECLI:NL:CBB:2017:373
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping accountant wegens bewust onjuiste BTW-aangifte
Appellant, een accountant, was betrokken bij de oprichting van meerdere BV's en diende namens een van deze vennootschappen een BTW-aangifte in over het tweede kwartaal van 2015. Klagers dienden een klacht in over onder meer een bewust onjuiste BTW-aangifte. De accountantskamer verklaarde de klacht over de BTW-aangifte gegrond en legde appellant een berisping op wegens strijd met de fundamentele beginselen van integriteit en vakbekwaamheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat de klacht over de BTW-aangifte niet specifiek was ingediend, dat klagers geen belang hadden, en dat hij geen bemoeienis had met de aangifte. Het College oordeelde dat de klacht voldoende duidelijk was, dat klachtrecht aan iedereen toekomt ongeacht persoonlijk belang, en dat appellant wel degelijk betrokken was bij de onjuiste aangifte. Ook het feit dat appellant eerder een maatregel had gekregen, werd meegewogen.
Het College achtte de berisping passend en geboden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak bevestigt het belang van integriteit en zorgvuldigheid in het accountantsberoep en benadrukt dat het bewust indienen van onjuiste aangiften zwaar wordt aangerekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de accountant tegen de berisping wegens bewust onjuiste BTW-aangifte wordt ongegrond verklaard.