ECLI:NL:CBB:2017:450
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen uitspraak accountantskamer inzake tuchtrechtelijke klachten
Appellant stelde een klacht in tegen betrokkene RA over diverse tuchtrechtelijke verwijten, waaronder het onjuist uitvoeren van fiscale werkzaamheden, vermeende vervalsing van een handtekening, het niet reageren op brieven van de Belastingdienst en het kwijtraken van privéstukken.
De accountantskamer verklaarde de klachten over de eerste drie onderdelen ongegrond en de klacht over het kwijtraken van stukken niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het College van Beroep oordeelde dat betrokkene niet tuchtrechtelijk aansprakelijk is voor werkzaamheden van collega’s waar hij geen beroepsmatige verantwoordelijkheid voor droeg. Ook werd bevestigd dat de klacht over het kwijtraken van stukken te laat was ingediend. De overige grieven faalden eveneens.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; betrokkene is niet tuchtrechtelijk aansprakelijk en de klacht over termijnoverschrijding is niet-ontvankelijk.