ECLI:NL:CBB:2017:451
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten GLB wegens niet voldoen aan drempel van rechtstreekse betaling 2013
Appellant heeft in 2013 geen aanvraag gedaan voor uitbetaling van toeslagrechten en in 2015 een aanvraag ingediend voor toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling. Verweerder wees deze aanvragen af omdat appellant op 15 mei 2015 geen betalingsrechten in gebruik had en in 2013 geen rechtstreekse betaling van minimaal €500 ontving.
Appellant voerde aan dat hij meer dan 20 hectare blijvend grasland in gebruik had en recht meende te hebben op betalingsrechten, mede vanwege persoonlijke omstandigheden die uitbreiding of aankoop van rechten belemmerden. Het College oordeelde dat de toepasselijke EU-verordening (artikel 24 Verordening Pro 1307/2013) vereist dat landbouwers voor 2013 recht hadden op een rechtstreekse betaling van minimaal €500 om betalingsrechten toe te kennen.
Het beroep van appellant faalde omdat hij niet aan deze voorwaarde voldeed en ook niet kon aantonen dat sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden die de drempel niet overschrijding konden rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldeed aan de drempel van rechtstreekse betaling in 2013.