ECLI:NL:CBB:2017:457
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen schorsing taxivergunning wegens ontbreken procesbelang
Appellant, een zelfstandig taxichauffeur met een Taxxxivergunning voor de Amsterdamse opstapmarkt, werd door zijn Toegelaten Taxi Organisatie (TTO) geschorst en vervolgens beëindigd als lid. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, schorste de taxivergunning van appellant voor een bepaalde periode en handhaafde deze schorsing in het bestreden besluit. Appellant stelde dat de schorsing en beëindiging onterecht waren en dat hij zich bij een andere TTO wilde aansluiten, maar dat dit werd bemoeilijkt door verweerder.
Het College overwoog dat de schorsing betrekking had op een afgesloten periode in het verleden, waardoor appellant met het beroep niet kon bereiken dat de schorsing ongedaan werd gemaakt. Voor zover appellant bezwaar maakte tegen de rechtmatigheid van de schorsing in relatie tot de intrekking van de vergunning, diende hij deze bezwaren te richten tegen het besluit tot intrekking. Omdat appellant geen rechtsmiddelen had ingesteld tegen de intrekking, was dit besluit in rechte vast komen te staan. Tevens was geen schade gesteld of gebleken.
Daarom verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.A.M. van den Berk op 23 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de taxivergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.