ECLI:NL:CBB:2017:463
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Geen toewijzing betalingsrechten GLB wegens ontbreken rechtstreekse betaling 2013
Appellant verzocht in 2015 om toewijzing van betalingsrechten op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Verweerder wees dit verzoek af omdat appellant in 2013 geen rechtstreekse betaling van minimaal € 500,- had ontvangen, een vereiste voor toewijzing. Alternatieve voorwaarden voor toewijzing aan actieve landbouwers zonder rechtstreekse betaling in 2013 werden ook niet voldaan.
Appellant stelde dat de toeslagrechten in 2013 wel waren betaald, maar aan de huurder van zijn toeslagrechten, niet aan hemzelf. Het College oordeelde dat dit niet relevant is voor de toewijzing van betalingsrechten volgens artikel 24 van Pro Verordening (EU) nr. 1307/2013.
Verder voerde appellant aan dat hij door een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) was misleid, waardoor hij afzag van zijn hoorrecht. Het College vond geen bewijs voor een toezegging die gerechtvaardigd vertrouwen kon wekken en oordeelde dat het recht op hoor en wederhoor niet was geschonden omdat appellant zijn gronden in beroep alsnog mondeling kon toelichten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de toewijzing van betalingsrechten wordt afgewezen.