ECLI:NL:CBB:2017:485
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen fosfaatreductieplan geldsom
Bij besluit van 21 oktober 2017 legde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een geldsom van €42.014,- op aan verzoekster op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Regeling een geldige wettelijke grondslag heeft in artikel 13 van Pro de Landbouwwet en dat geen strijd met de Grondwet bestaat. Het bezwaar tegen mandaatverlening aan medewerkers van een zuivelbedrijf faalde, omdat eventuele gebreken eenvoudig bij bezwaar hersteld kunnen worden.
Verzoekster stelde dat de minister het referentieaantal van een uitschaarder had moeten verhogen op grond van artikel 11 van Pro de Regeling, maar dit verzoek was te laat ingediend. De voorzieningenrechter vond dat de minister niet evident onrechtmatig handelde door het verzoek niet te honoreren. Ook het beroep op onevenredige last kon in deze spoedprocedure niet worden beoordeeld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er onvoldoende aanleiding was voor een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de opgelegde geldsom wordt afgewezen.