ECLI:NL:CBB:2017:65
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek handhaving tegen Rendac inzake ophalen en vernietigen paard
Appellante had haar paard in opfok gestald bij een manege, waar het paard is overleden en door Rendac is opgehaald en vernietigd. Appellante verzocht de staatssecretaris van Economische Zaken handhavend op te treden tegen Rendac omdat zij niet op de hoogte was gesteld van het ophalen en geen toestemming had gegeven. Rendac weigerde informatie te verstrekken over de gang van zaken.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat Rendac volgens de geldende wet- en regelgeving haar verplichtingen had nageleefd, en vermoedelijk de manege de aangifte van het overlijden had gedaan. Appellante kon geen concrete feiten aanvoeren die een overtreding door Rendac aantoonden.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende concrete feiten had aangedragen om een overtreding aannemelijk te maken en dat de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht was. Ook was er geen sprake van een informatieverplichting van Rendac richting de eigenaar. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek om handhavend op te treden tegen Rendac is ongegrond verklaard.