Verzoeker diende op 30 augustus 2011 een klacht in tegen drie registeraccountants werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht. De accountantskamer verklaarde deze klachten in juni 2012 ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het hoger beroep van verzoeker tegen deze uitspraken in november 2014 eveneens ongegrond.
Verzoeker vroeg vervolgens bij brieven in januari, maart en december 2015 om herroeping of herziening van de uitspraak van het College van 4 november 2014. Dit verzoek werd samen met andere zaken behandeld tijdens een zitting op 19 april 2016, waarbij alle partijen aanwezig waren met gemachtigden.
Het College stelde vast dat de Wet tuchtrechtspraak accountants geen voorziening kent voor herroeping of herziening van een uitspraak op hoger beroep. Hoewel sommige tuchtrechtelijke colleges dit in bijzondere gevallen toestaan, is er geen eensluidendheid over de omvang en gronden.
Het College besloot aansluiting te zoeken bij de regeling in de Wet BIG, waarbij alleen degene over wie is geklaagd herziening kan verzoeken indien een maatregel is opgelegd. Omdat verzoeker klager is en er geen maatregel was opgelegd, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 maart 2017.