ECLI:NL:CBB:2017:93
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor roken op overdekte terrassen in horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecabedrijf met twee terrassen die aan alle zijden afgesloten zijn, inclusief de bovenzijde door een luifel en windscherm. Tijdens een inspectie op 25 oktober 2014 constateerden toezichthouders dat er werd gerookt op deze terrassen, zonder dat maatregelen waren genomen om hinder voor werknemers te voorkomen.
De minister legde appellant een bestuurlijke boete op wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Appellant voerde aan dat de terrassen in de open lucht lagen en dat de luifel niet was uitgeschoven, waardoor het rookverbod niet van toepassing zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het College van Beroep bevestigde deze uitspraak.
Het College oordeelde dat de terrassen niet als open lucht konden worden beschouwd omdat zij aan alle zijden waren afgesloten. De stellingen van appellant waren onvoldoende om te twijfelen aan de waarnemingen van de toezichthouders. De uitzondering op het rookverbod was daarom niet van toepassing en de boete werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete bevestigd.