ECLI:NL:CBB:2018:132
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omzetting varkensrechten in fosfaatrechten
Verzoekster, een landbouwonderneming die haar bedrijf omschakelde van gemengd naar melkveebedrijf, verzocht om omzetting van haar varkensrechten in fosfaatrechten om haar fosfaatruimte te benutten. De minister had de fosfaatrechten vastgesteld op 3.391 kilogram, wat verzoekster betwistte vanwege de impact op haar eigendomsrechten en het onevenredige karakter van het fosfaatrechtenstelsel.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 33Aa van de Meststoffenwet weliswaar de mogelijkheid biedt om regels te stellen over omzetting van productierechten, maar dat een dergelijke algemene maatregel van bestuur nog niet is vastgesteld en ook niet op korte termijn te verwachten is. De minister handelde derhalve niet onrechtmatig door de omzetting te weigeren.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat de vraag of sprake is van een fair balance in de zin van het Eerste Protocol bij het EVRM niet in deze spoedprocedure kan worden beoordeeld. Ook de generieke korting op fosfaatrechten werd terecht toegepast, omdat de in Duitsland gelegen landbouwgronden niet tot het bedrijf behorende Nederlandse landbouwgrond zijn.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang en de rechtmatigheid van het besluit werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot omzetting van varkensrechten in fosfaatrechten wordt afgewezen.