Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2018 op de hoger beroepen van:
[naam 1] ( [naam 1] ), [naam 2] ( [naam 2] ),
(gemachtigde: mr. S.M.M.C. Vinken),
de Autoriteit Consument & Markt(ACM),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelde een onderzoek in naar overtredingen van artikel 6 van Pro de Mededingingswet door bouwbedrijven in Zuid-Limburg. Twee natuurlijke personen werden beboet wegens feitelijk leidinggeven aan het afstemmen van inschrijfcijfers en uitwisselen van informatie voorafgaand aan elf aanbestedingen.
De rechtbank Rotterdam matigde de boetes, maar bevestigde de overtreding. In hoger beroep werd het standpunt van ACM over de overtreding door de bedrijven niet meer bestreden, maar werd de feitelijke leiding en boetebedragen aangevochten.
Het College oordeelde dat de feiten en verklaringen, waaronder telefoontaps en hoorzittingen, voldoende bewijs leveren dat één appellant wetenschap had van de verboden gedragingen en bewust maatregelen naliet. De boetes zijn passend en evenredig, mede gelet op jurisprudentie, het evenredigheidsbeginsel en het ontbreken van verzachtende omstandigheden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes van €175.000 en €70.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.