ECLI:NL:CBB:2018:175
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vaststelling subsidiabele hectare en toewijzing betalingsrechten GLB 2015
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de toewijzing van betalingsrechten voor 2015 werd vastgesteld op basis van de geconstateerde subsidiabele hectare landbouwgrond. Appellante stelde dat de oppervlakte van meerdere percelen onjuist was vastgesteld, met name vanwege te grote taluds bij sloten en het niet meenemen van delen van erf en bassins als landbouwgrond.
De minister gebruikte de AAN-laag (Agrarisch Areaal Nederland) en een marge van 2% voor de vaststelling van de subsidiabele hectare, conform EU-verordeningen. De GPS-metingen van appellante werden niet zonder meer overgenomen vanwege mogelijke niet-subsidiabele oppervlaktes. Het College oordeelde dat de minister terecht uitging van de oppervlakte van de referentiepercelen binnen de toegestane marge.
Voor perceel 2, waar het verschil groter was dan 2%, concludeerde het College dat de niet-subsidiabele delen terecht niet waren meegenomen, omdat deze niet landbouwkundig werden gebruikt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de toewijzing van betalingsrechten gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.