Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant,
de Kamer van Koophandel, verweerster,
Procesverloop
Overwegingen
BESTUURArtikel 5
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het geschil betreft de inschrijving in het handelsregister van de opgave van de uittreding van een bestuurder van een stichting per 4 juli 2017. De Kamer van Koophandel had aanvankelijk deze uittreding ingeschreven, maar na bezwaar van de bestuurder het besluit herroepen wegens gerede twijfel over de juistheid van de opgave.
De Kamer van Koophandel stelde dat de notulen van bestuursvergaderingen van 22 april en 3 juli 2017 niet voldeden aan de statutaire vereisten, omdat er geen bewijs was van oproeping van de bestuurder en geen heldere besluitvorming over het ontslag. Ook was niet gebleken dat de bestuurder zelf ontslag had genomen. De appellant voerde aan dat er rechtsgeldig ontslag was genomen en dat de bestuurder was opgeroepen, maar kon dit niet onderbouwen.
Het College concludeerde dat de besluiten tot ontslag in strijd waren met de statuten, omdat de bestuurder niet schriftelijk was uitgenodigd en niet in de gelegenheid was gesteld zich te verantwoorden. De bewering van eenzijdig ontslag via sociale media werd niet geaccepteerd vanwege het ontbreken van een beëdigde vertaling en betwisting door de bestuurder.
Daarom was er gerede twijfel over de juistheid van de opgave tot uittreding, en mocht de Kamer van Koophandel het verzoek tot inschrijving weigeren. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot inschrijving van de uittreding van de bestuurder is ongegrond verklaard.