ECLI:NL:CBB:2018:278
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Geen toewijzing betalingsrechten startende landbouwer bij privaatrechtelijke pachtovereenkomst
Appellante, een landbouwer die per 1 januari 2015 is opgericht, verzocht om toewijzing van betalingsrechten uit de Nationale Reserve voor startende landbouwers. Zij sloot een privaatrechtelijke pachtovereenkomst met een andere onderneming voor 7,50 hectare landbouwgrond. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kende haar slechts betalingsrechten toe voor de 5,99 hectare die zij direct in gebruik had, niet voor de grond waarop de pachtovereenkomst betrekking had.
Appellante stelde dat zij onjuist was voorgelicht door een medewerker van RVO dat de constructie was toegestaan en dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op deze toezegging. Het College stelde vast dat RVO onzorgvuldig had gehandeld door verkeerde informatie te verstrekken en erkende de onjuiste voorlichting.
Echter, het College oordeelde dat het Unierechtelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden ingeroepen tegen een duidelijke Europese regelgeving die vereist dat een landbouwer vóór 1 januari 2015 al betalingsrechten moet hebben gehad om via een privaatrechtelijke pachtovereenkomst rechten toe te kennen. Daarom kon appellante geen aanspraak maken op de betalingsrechten voor de 7,50 hectare.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt geen betalingsrechten toegewezen voor de 7,50 hectare.