Appellante, penvoerder van een project onder de Tijdelijke energieregeling Markt en Innovatie, verzocht om wijziging van de subsidiebedragen en wijziging van de projectbegroting. Verweerder stelde de subsidie vast op een lager bedrag dan door appellante gewenst en vorderde terugbetaling van voorschotten.
Het College overwoog dat de subsidie niet hoger kan worden vastgesteld dan het bedrag dat in de subsidieverlening is toegekend. Verweerder had geen ontheffing verleend voor essentiële wijzigingen in het projectplan en begroting, terwijl appellante geen apart verzoek tot ontheffing had ingediend.
Verder oordeelde het College dat de terugvordering van voorschotten niet rechtsgeldig was voor zover verweerder meer terugvorderde dan het deel van appellante. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het terugvordering betreft. Verweerder moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak.