Appellant verzocht in 2015 om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Verweerder kende betalingsrechten toe, maar nam bij de vaststelling van de vergroeningsbetaling slechts een deel van het opgegeven landbouwoppervlak in aanmerking vanwege onvoldoende ecologisch aandachtsgebied. De korting was gebaseerd op het niet voldoen aan de verplichting om 5% van het bouwland als ecologisch aandachtsgebied in te richten.
Appellant stelde dat verweerder ten onrechte perceel 24 had gesplitst en verkeerd had geclassificeerd, en dat hij de aanvraag niet meer kon wijzigen na de indieningstermijn. Verweerder verwees naar de regels dat na de uiterste datum alleen correcties mogelijk zijn bij kennelijke fouten, wat hier niet het geval was.
Het College oordeelde dat akkerranden tussen 1 en 20 meter breed moeten zijn om als ecologisch aandachtsgebied te gelden en dat appellant erkende dat het perceel deels niet aan deze eis voldeed. Verder was geen sprake van een kennelijke fout die een wijziging na de termijn rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.