ECLI:NL:CBB:2018:317
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlaging vergroeningsbetaling wegens niet voldoen aan 5% ecologisch aandachtsgebied
Appellante, een landbouwmaatschap, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de vergroeningsbetaling voor 2015 te verlagen vanwege het niet voldoen aan de eis van het hebben van 5% ecologisch aandachtsgebied. In de Gecombineerde opgave 2015 had appellante aangegeven vrijgesteld te zijn van deze eis en geen percelen opgegeven als ecologisch aandachtsgebied.
Verweerder stelde dat wijzigingen na de uiterste indieningstermijn alleen mogelijk zijn bij een kennelijke fout, zoals omschreven in het werkdocument van de Europese Commissie. Appellante voerde aan dat sprake was van een kennelijke fout omdat zij feitelijk wel voldeed aan de eis, maar dit niet correct had opgegeven.
Het College oordeelde dat de opgave van appellante geen tegenstrijdigheid bevatte die bij een eenvoudige administratieve controle had moeten opvallen en dat het enkele feit dat zij meer dan 15 hectare bouwland bezit niet automatisch betekent dat zij niet voor vrijstelling in aanmerking komt. De feitelijke naleving van de eis is onvoldoende om de aanvraag na de termijn te wijzigen.
Verder wees het College het beroep af dat de boete van €4.000,- buitenproportioneel zou zijn, omdat de verlaging van de betaling wettelijk verplicht is en geen ruimte laat voor belangenafweging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de vergroeningsbetaling wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een kennelijke fout.