Appellante heeft op 6 februari 2018 een aanvraag ingediend voor fosfaatrechten bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Na uitblijven van een beslissing heeft appellante op 24 mei 2018 de minister in gebreke gesteld. Omdat de minister tot op heden niet heeft beslist, heeft appellante beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 6 juli 2018.
Het College overweegt dat op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb het onderzoek kan worden gesloten zonder zitting indien voortzetting niet nodig is. Het College stelt vast dat verweerder meer dan 42 dagen in gebreke is met beslissen, waardoor de maximale dwangsom van € 1.260,- is verbeurd. Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen, met een dwangsom van € 100,- per dag tot maximaal € 15.000,- bij uitblijven van besluit.
Het College veroordeelt verweerder tevens in de proceskosten van appellante, vastgesteld op € 247,50, en draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan appellante te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018.