ECLI:NL:CBB:2018:451
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregelen vanwege bacterie Ralstonia solanacearum op rozenkwekerij ongegrond verklaard
D-Roses B.V. exploiteert een rozenkwekerij waar de bacterie Ralstonia solanacearum (RS) is vastgesteld. Na detectie van de bacterie op verschillende afdelingen van het bedrijf legde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maatregelen op, waaronder het vernietigen van besmette en waarschijnlijk besmette planten om verspreiding te voorkomen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de maatregelen onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren, dat alternatieven niet waren onderzocht, en dat de onmiddellijke ruiming onevenredig was. Tevens wees zij op positieve productieresultaten en het afnemend overlevingsvermogen van de bacterie bij lage temperaturen.
Het College oordeelde dat de minister op basis van laboratoriumonderzoek en inspecties terecht maatregelen heeft genomen en dat het rapport van Agro Expertisebureau en het proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De maatregelen waren noodzakelijk vanwege de ernst van de besmetting en de verplichtingen uit de Fytorichtlijn. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. R.R. Winter namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 augustus 2018.
Uitkomst: Het beroep van D-Roses B.V. tegen de opgelegde maatregelen vanwege de bacterie Ralstonia solanacearum is ongegrond verklaard.