ECLI:NL:CBB:2018:539
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.L. van der Beek
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidie en subsidiabiliteit accountantskosten in Europees Visserijfondsproject
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een geschil over de vaststelling van subsidie voor het project 'Fryske fiskerij yn byld', gefinancierd uit het Europees Visserijfonds. De appellant, Ursa Major Services B.V., stelde dat bepaalde kostenposten, waaronder hogere uurtarieven en accountantskosten, ten onrechte niet als subsidiabel waren aangemerkt.
De kern van het geschil lag bij de toepassing van de Regeling LNV-subsidies en de Algemene wet bestuursrecht. Het College oordeelde dat de subsidievaststelling moest aansluiten bij de oorspronkelijke subsidieverlening en dat appellant gehouden was aan de in de aanvraag gehanteerde uurtarieven. Daarnaast werd geoordeeld dat de accountantskosten, hoewel na afloop van het project gemaakt, wel subsidiabel waren omdat de accountantsverklaring noodzakelijk was voor de subsidievaststelling en niet deel uitmaakt van het project zelf.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de subsidie vastgesteld op €86.748,-. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van appellant. Het College benadrukte dat het verzoek om wijziging van de subsidieverlening betreffende een eigen bijdrage niet meer aan de orde kon worden gesteld omdat het eerdere besluit onherroepelijk was geworden.
Uitkomst: Subsidie vastgesteld op €86.748,- inclusief accountantskosten, met veroordeling van minister tot proceskostenvergoeding.