Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 6 november 2018 op het hoger beroep van:
Delta Lloyd Asset Management N.V.(Delta Lloyd; thans: NN Investment Partners BV) ingediend tegen appellanten
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Delta Lloyd diende een klacht in bij de accountantskamer tegen twee accountants van PricewaterhouseCoopers vanwege het ten onrechte afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening 2007 van Econcern. De accountantskamer verklaarde de klacht gegrond en legde een tijdelijke doorhaling van de inschrijving in het register op. De accountants stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep werd onder meer de ontvankelijkheid van de klacht betwist, waarbij de accountants stelden dat Delta Lloyd geen eigen klacht had ingediend en dat de klacht te laat was ingediend. Het College oordeelde dat Delta Lloyd wel een voldoende gemotiveerde eigen klacht had ingediend, gebaseerd op het onderzoeksrapport van de curatoren, en dat de klacht tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van drie jaar.
Verder werd overwogen dat de accountants door intrekking van hun hoger beroepen tegen andere klachten het oordeel van de accountantskamer over hun gedragingen hebben aanvaard, waardoor de inhoudelijke grieven tegen de klacht van Delta Lloyd niet konden slagen. Het College verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van de accountantskamer.
Uitkomst: Het hoger beroep van de accountants wordt ongegrond verklaard en het oordeel van de accountantskamer bevestigd.