ECLI:NL:CBB:2018:589
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen herziening fosfaatrechten jongvlees
Verzoekster, een veehouder, had bij besluit van 12 januari 2018 fosfaatrechten toegekend gekregen op basis van haar veestapel, inclusief jongvee dat alleen voor vleesproductie wordt gehouden. De minister herzag deze rechten bij besluit van 20 september 2018, omdat jongvee dat nooit een kalf krijgt volgens de nieuwe beleidsregel niet tot melkvee behoort en dus geen fosfaatrechten vereist.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze herziening en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit. Zij stelde dat de herziening geen wettelijke grondslag heeft en in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de zaak een voorlopig karakter heeft en dat de bodemrechter de juiste wetsuitleg zal moeten geven. De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat schorsing geen verandering in de situatie brengt en verzoekster het risico kan vermijden door aanpassing van haar bedrijfsvoering.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het herzieningsbesluit niet evident onrechtmatig is en dat de minister bevoegd is tot herziening van fosfaatrechten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de herziening van fosfaatrechten wordt afgewezen.