ECLI:NL:CBB:2018:6
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond wegens niet tijdig melden ongebruikelijke transactie Wwft
Appellante, een trustkantoor met vergunning, verleende diensten aan een cliënt die vastgoed in Oekraïne hield via een complexe structuur met meerdere rechtspersonen. De economische eigendom van een vennootschap binnen deze structuur werd om niet overgedragen aan een andere persoon, wat een wijziging van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) betekende.
DNB legde appellante een bestuurlijke boete op wegens het niet tijdig melden van deze overdracht als een ongebruikelijke transactie in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Wwft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
Het College bevestigt dat de overdracht kwalificeert als een transactie ten behoeve van de cliënt en dat de melding onverwijld had moeten plaatsvinden. De uitleg van het transactiebegrip is in overeenstemming met de Derde Anti-witwasrichtlijn en voldoende kenbaar voor een professionele dienstverlener. Het niet tijdig melden vormt een overtreding waarvoor appellante verwijtbaar is. De opgelegde boete van €40.000 wordt passend en geboden geacht, mede gelet op het bewezen "track record" van appellante.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €40.000 wegens niet tijdig melden ongebruikelijke transactie wordt bevestigd.