ECLI:NL:CBB:2018:600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing verzoek verhoging referentieaantal fosfaatheffing
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en kreeg op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 heffingen opgelegd vanwege het houden van meer melkvee dan het referentieaantal op de peildatum 2 juli 2015.
Verweerder wees het verzoek van appellant om het referentieaantal te verhogen af omdat dit verzoek te laat was ingediend, namelijk na de uiterste datum van 1 april 2017. Appellant stelde dat verweerder toch een inhoudelijke toetsing aan de knelgevallenregeling had moeten uitvoeren en betoogde dat de heffingen in strijd waren met het recht op ongestoord genot van eigendom zoals gewaarborgd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College oordeelde dat de te late indiening van het verzoek betekent dat niet aan de toepassingsvoorwaarde is voldaan en dat verweerder niet verplicht was tot inhoudelijke toetsing. Ook was de hoogte van de heffingen niet zodanig dat sprake was van een individuele en buitensporige last. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verhoging van het referentieaantal wordt ongegrond verklaard.